|
Henk Goedschalk verbreekt stilzwijgen: ‘Beleid Telting leidde tot neergang economie’
door Eric Mahabier
14/08/2009
 Voormalig Centrale Bankpresident, Henk Goedschalk, weerspreekt beschuldigingen van wantoestanden tijdens zijn ambtsperiode.-.
BRUSSEL - Oud-president van de Centrale Bank van Suriname (CBvS) Henk Goedschalk is moe van alle beschuldigingen van de zijde van bankpresident André Telting over naar wat wordt genoemd ‘ zijn wanbeleid’ in de periode 1997-2000.
Na negen jaren verbreekt Goedschalk het stilzwijgen tegenover dWT en bestempelt omgekeerd Telting als dé bron van vele negatieve tegenslagen die de Surinaamse economie na 1993 heeft gehad. De goudzwendel en de monetaire financiering van de goudopkoop die in de periode 1994-1995 door de moederbank had plaatsgevonden, hebben volgens Goedschalk in heel belangrijke mate geleid tot de economische neergang van het land. Telting was toen president van de Centrale Bank van Suriname. Volgens Goedschalk trof hij in 1997 een situatie aan waarbij goud opgekocht was met monetaire financiering.
“Er was toen behalve goud ook modder en kwik gekocht”. Dit leidde tot verlies voor het land van 10 miljoen Amerikaanse dollars. De goudzwendel die in Surinaamse gulden plaatsvond leidde volgens Goedschalk tot de hoogste hyperinflatie die de Surinaamse economie na 1975 ooit heeft gekend, namelijk gemiddeld 368 procent in 1994 en van 235 procent in 1995. Verder schoot in diezelfde periode de wisselkoers voor een Amerikaanse dollar met meer dan 1.000 procent omhoog van 70 naar 720 om daarna te dalen naar 410 Surinaamse gulden. “Daar praten we over wanbeleid”, zegt Goedschalk vanuit Brussel waar hij op familiebezoek is.
De kasreserveregeling is volgens Goedschalk een creatie van hem. In samenwerking met de IDB was de ex-bankpresident van Trinidad in 1998 aangetrokken als adviseur in deze. De regeling was zo goed als klaar om uitgevoerd te worden in 2000. Deze kasreserveregeling is zijn initiatief geweest en niet zoals ten onrechte wordt beweerd door zijn opvolger als te zijn van hem. De ontwikkelingen op het monetaire vlak van 1994/1995 hebben een fundamentele en diepgaande ontwrichting teweeg gebracht in de economie, de monetaire situatie en de sociale situatie, en hebben nog jaren doorgewerkt en zijn zeker van invloed geweest op de periode 1996-2000.
Volgens Goedschalk was Suriname in 1997 in een heel moeilijk positie. Naast de goudzwendel en de enorme hoeveelheid geld dat in omloop was gebracht voor het opkopen van goud was het land ook midden in een economische crisis. “Het moest gaan herstellen van de enorme inflatie die we hebben gehad en de dalende inkomsten als gevolg van de dalende grondstoffenprijzen.” De grondstoffenprijzen waren aan het dalen, de olieprijs lag rond 13 US dollar voor een barrel, ook de goudprijs was aan het dalen (27 US dollar), er was sprake van een begrotingstekort en van achterstallig onderhoud van de infrastructuur.
Verder was er volgens Goedschalk ook een grote achterstand in het betalen van rekeningen, vooral aan het bedrijfsleven. “Het was een situatie met crisisverschijnselen in die periode, toen ik voor de derde keer bij de bank mijn intrede deed”. Goedschalk was ook in de periode 1985-1990 en 1990-1993 tot bankpresident benoemd door respectievelijk de regering Udenhout en de regering Shankar/Arron en ruimde het veld voor Telting (1993-1997 en 2000 tot heden).
Het lenen van geld was volgens Goedschalk één van de oplossingsmodellen om de economie van het land weer op te boosten. Het totaal van uitstaande leningen was in 2000 zo’n 350 miljoen Amerikaanse dollar. “Vrij weinig”, reageert Goedschalk, “vergeleken met de staatsschuld van rond 900 miljoen Amerikaanse dollar die er thans is.” Aanvullend zijn er leningen verstrekt door de Centrale Bank aan de overheid de zogenaamde monetaire financiering die in de volksmond bekend staat als extra geld drukken. In die periode is er voor nog geen 80 miljoen US dollar aan leningen verstrekt aan de overheid, zegt de voormalige bankpresident verder. “Je moet bij het beoordelen van de situatie naar de omstandigheden kijken waarin de economie zich bevindt. En wanneer de economie zich in een crisis bevindt dan probeer je uit die crisis te komen. En als dat moet via leningen en zonodig een stukje monetaire financiering, dan moet dat gebeuren.”
Monetaire financiering Volgens Goedschalk is een soortgelijke situatie van crisis in 1983 geweest toen de ontwikkelingshulp stopgezet werd. Veel projecten waren toen lopende en de toenmalige regering heeft besloten over te gaan tot monetaire financiering om die lopende projecten staande te houden en niet aan kapitaalvernietiging te doen en te kiezen voor behoud van werkgelegenheid en productie voor de toekomst. Goedschalk: “Hetzelfde is nu aan de hand in vele Europese landen en ook de Verenigde Staten van Amerika. Ook daar grijpt men naar het middel van monetaire financiering en wel zeer substantieel om uit de crisis te geraken om banken en productiemaatschappijen te redden. De omstandigheden van de periode 1996-2000 waren van: weinig middelen, dalende grondstoffenprijzen, achterstand in betaling van rekeningen en ook achterstand in onderhoud van de infrastructuur.”
Ook kwam het plan voor de bouw van de twee grote bruggen op tafel. “De aanvullende monetaire financiering was een must vanwege die crisis en vanwege al de negatieve effecten uit de rampjaren 1994 en ‘95.” Volgens Goedschalk zijn de bouw van de Jules Wijdenboschbrug en de brug over de Coppenamerivier gedeeltelijk ook met leningen van de Centrale Bank gefinancierd. “Je moet niet bang zijn om op bepaalde momenten een besluit te nemen dat goed is voor de toekomst”, vindt hij. “Monetaire financiering is niet altijd negatief”. Belangrijk is wel voor welk doel het geld bestemd wordt. “Als dat naar de productie gaat, dan is het goed. En wij hebben dat geld besteed aan productieve doeleinden”, zegt hij. Overigens is in het beleidsprogramma opgenomen om de leningen aan de overheid te neutraliseren via de uitgifte van staatsobligaties .
Van leegroof van de staatskas was volgens hem helemaal geen sprake, ten eerste omdat de staatskas een aangelegenheid is van de regering, namelijk de minister van Financiën. De Centrale Bank heeft dus geen beschikkingsbevoegdheid over die gelden en tweedens, omdat volgens hem er geen zogenaamde pot was, want er was sprake van een begrotingstekort toen hij in 1997 opnieuw aantrad. Goedschalk zegt dat hij regelmatig in Suriname is, maar het als gewezen president van een instituut als de Centrale Bank niet passend vond te reageren en in een polemiek te gaan, aangezien de bank geen politiek instituut is en het onbehoorlijk zou zijn de bank telkens in opspraak te brengen.
“Maar wanneer de steeds weerkerende verdachtmakingen de vorm van leugens gaan aannemen, van geschiedvervalsing, wordt het tijd om te reageren. Je kan het eens of niet eens zijn met beleidsactiviteiten van je voorganger, maar als je die gaat bestempelen als te zijn wantoestanden of zelfs in een verdachte hoek brengt, dan wordt dat te gortig.” Het volledig interview wordt gepubliceerd in de editie van zaterdag.-.
|