|
Jaarlijks 1 procent zwangeren hiv-geïnfecteerd
Paramaribo - Uit cijfers van het Nationaal Aids Programma (NAP) blijkt dat jaarlijks gemiddeld 1 procent nieuwe hiv-positieve zwangeren worden gedetecteerd. Dit komt neer op gemiddeld 90 tot 100 nieuwe gevallen per jaar. Ook bij de medische Zending (MZ) zijn vijftien tot twintig van de bijkans 2.000 vrouwen die op jaarbasis getest worden positief, vertelt MZ-directeur Edward van Eer. Tot nu toe zijn er van januari tot en met juli 2009 al 51 zwangeren geregistreerd die vanwege hun positieve status aids-remmers moeten innemen. De kans op overdracht van het virus van moeder op kind wordt hierdoor gereduceerd tot een of twee procent, als op tijd met medicatie wordt gestart, vertelt Lachmi Kodan, gynaecoloog in het Academisch Ziekenhuis Paramaribo (AZP). Indien dat niet het geval is, dan is de kans dat de kinderen ook besmet worden tijdens de geboorte 15 tot 30 procent. Na de geboorte wordt nog eens vijf tot twintig procent van de kinderen besmet als borstvoeding wordt gegeven.
Volgens Kodan is het belangrijk dat moeders op tijd voor controle naar de poli gaan en het liefst reeds bij een zwangerschapsduur van drie maanden. “Als we het vroegtijdig weten, dan kunnen we medicatie toedienen waardoor de kans op overdracht naar het kind verkleind wordt”, verduidelijkt Kodan. De besmetting vindt voornamelijk plaats tijdens de bevalling of bij borstvoeding. Als de weerstand van de zwangere slecht is en er een hogere virusload in het lichaam aanwezig is, is de kans op besmetting nog groter, weet Kodan.
Hoewel het AZP geen harde cijfers heeft over het aantal besmettingen, denken gynaecologen dat er sprake is van een toename. Uit cijfers van het AZP-laboratorium blijkt dat er vorig jaar 56 hiv-positieve zwangeren zijn geregistreerd. In het ‘s Lands Hospitaal waren het er 36 in 2008 en het jaar daarvoor 31 en in het Streekziekenhuis Nickerie één. Een deel is oudbekende bij de ziekenhuizen. Sinds 2003 worden gemiddeld 90 procent van alle 10.000 zwangeren per jaar verplicht getest. De andere tien procent die niet getest wordt zijn vrouwen die niet naar zwangerschapscontrole gaan.
Volgens John Codrington, hoofd van het AZP-laboratorium, is deze maatregel bedoeld voor adviezen vanuit een medisch oogpunt. De dokter bepaalt namelijk wanneer een aanvang wordt gemaakt met het innemen van remmers. In de meeste gevallen gebeurt dat na de veertiende of vierentwintigste week van de zwangerschap. De medicatie moet elke dag op hetzelfde tijdstip worden ingenomen. Daarnaast moet de moeder gezond eten, voldoende slapen en stress vermijden.-.
|
|