|
Vandaag anticorruptiedag Geen wet, maar vernieuwd denken is antimiddel
Paramaribo - Het invoeren van alleen een anticorruptiewet in Suriname zal er niet voor zorgen dat corruptie afneemt. Ook zal daarmee geen verandering komen in de slechte positie van het land op de corruptie-indexlijst van Transparency International. Slechts een vernieuwd denken, een soort paradigmashift bij vooral politieke en andere maatschappelijke leiders, ambtenaren en ouders zal blijken het juiste antimiddel tegen corruptie te zijn.
Parlementariër Winston Jessurun en de voorzitter van Doe, Carl Breeveld, zijn beiden van mening dat corruptie te maken heeft met het groter geheel van verkeerde opvattingen en gedragingen in de maatschappij. DOE is de enige partij in Suriname met een op schrift gestelde gedragscode en een commissie voor ethiek en integriteit.
Voorzitter van Transparancy International, Huguette Labelle, heeft in november bij het presenteren van de voor dit jaar geldende corruptie-indexlijst, het zorgwekkend genoemd dat het merendeel van de 180 landen die op de lijst staan niet in staat is bij de test een vijf te halen. De waardering op deze lijst loopt van 0 tot 10. Suriname staat op deze lijst op de 75ste plaats met een score van 3,7.
“Er bestaan al wetten waarin zaken strafbaar zijn gesteld. Een anticorruptiewet waarin bijvoorbeeld extra sancties zijn opgenomen voor gezagdragers over hun financiële positie voor en na hun openbare functie met een jaarlijkse controle, zal slechts een extra handvat zijn tegen corruptie”, zegt Jessurun. Hij zegt zich weleens te hebben afgevraagd of ISO-certificering niet kan worden toegepast op politieke partijen in Suriname.
Jessurun is lid van de Commissie van Rapporteurs van de Anticorruptiewet. Hij vreest dat nog een wetsproduct erbij, zal zorgen voor een kille sfeer in de samenleving, met slechte intermenselijke relaties en afstandelijkheid. “Mensen zullen bang zijn elkaar bedankjes te geven, omdat zowel de gever als de ontvanger in de aangeboden wet de kans lopen beschuldigd te worden van corruptie.” Breeveld zegt niet anders te kunnen dan te moeten vaststellen dat het moreelgehalte van leiders, politieke als andersoortige leiders, veel te wensen overlaat. “Teveel mensen in dit land zijn in een fase van acceptatie van het verkeerde beland. Tyuku's, vervuiling van het milieu, kindermisbruik, oneerlijkheid, onbetrouwbaarheid en het krijgen van grond op een oneerlijke wijze, is gemeenschapsgoed geworden in Suriname”, stelt Breeveld. De uitspraak, zo is het nu eenmaal, duidt op een mate van gelatenheid en acceptatie die corruptie alleen maar bevorderen.
Zowel Breeveld als Jessurun pleit voor een maatschappelijke instemming om gedrag en houding te veranderen. Jessurun zegt dat er meer sociale controle moet zijn. Personen die een openbare functie of een publieke post ambiëren moeten vooraf geballoteerd worden op hun integer-zijn.
De behandeling van de anticorruptiewet in De Nationale Assemblee is voorlopig al voor lange tijd stopgezet, door de uiteenlopende meningen en opvattingen van politici. De regering heeft daarom gevraagd een nieuwe conceptwet aan te bieden. Dit heeft tot nu toe niet plaatsgevonden. Jessurun spreekt tegen dat vanuit de coalitie men niet graag heeft dat deze wet komt. Ook weerspreekt hij dat politici er bang voor zijn. “De wet aannemen is één, maar je moet het ook kunnen uitvoeren anders heeft het geen zin. Nu al is duidelijk dat de fiscus, die een belangrijke rol zal moeten spelen bij de controle, niet in staat is die verantwoordelijkheid op zich te nemen.”-
|
|